beheerder 28 Mrt 2008, 19:48
In de Arbowet staan nieuwe regels voor de bedrijfshulpverlening. Hierbij een overzicht van de oude en de nieuwe regels.
Oud
Artikel 15 van de Arbowet uit 1998 had de volgende taken voor de BHV’er in petto: het verlenen van EHBO, het beperken en bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen. Ook moest de BHV’er in noodsituaties alle werknemers en andere personen in het bedrijf alarmeren en evacueren en bovendien hulpverleningsorganisaties alarmeren en met hen samenwerken.
Vervallen
De preventietaak van de BHV’er, het voorkomen van ongevallen, is vervallen. Daarnaast is het alarmeren van en het samenwerken van de hulpverleningsorganisaties uit het takenpakket van de BHV’er gehaald.
Nieuw
In artikel 3 van de Arbowet is de verplichting opgenomen dat de werkgever verantwoordelijk is voor het onderhouden van contact met externe hulpverleningsorganisaties.
Toelichting
Het takenpakket van de BHV’er is verlicht. Ongevallenpreventie en het alarmeren en meewerken met de hulpdiensten zijn immers vervallen. Deze laatste verantwoordelijkheid is overgegaan op de werkgever. Hij kan nu zelf kiezen wie de voorpostfunctie in het bedrijf heeft. Dit hoeft niet per se de bedrijfshulpverlener te zijn, maar dit zal in de meeste ondernemingen wel het meest praktisch zijn.
Aantal BHV’ers
Oud
In het Arbobesluit dat tot eind 2006 geldig was, stond een minimumaantal BHV’ers vermeld. Er moesten in ieder geval genoeg bedrijfshulpverleners zijn, zodat onder alle omstandigheden de vervulling van de taken op het gebied van de bedrijfshulpverlening gewaarborgd was. Tot 250 werknemers betekende dat er één bedrijfshulpverlener per 50 aanwezige werknemers of minder aanwezig moest zijn. Een organisatie met meer dan 250 werknemers moest minstens vijf bedrijfshulpverleners in huis hebben.
De werkgever mocht volgens de oude Arbowet zelf BHV-taken vervullen, mits hij een natuurlijke persoon was met niet meer dan 15 werknemers en hij voldeed aan de eisen die aan een BHV’er werden gesteld. Daarnaast moest er een goede vervangingsregeling zijn.
Vervallen
In de nieuwe wetgeving zijn geen eisen meer terug te vinden over het minimum aantal BHV’ers in een organisatie.
Nieuw
De werkgever mocht al BHV-taken op zich nemen, maar nieuw is dat er geen maximum aantal werknemers aan is verbonden. Nu mag de werkgever zelf optreden als BHV’er. Er moet nog steeds wel vervanging zijn geregeld.
Toelichting
De wet stelt geen eisen meer aan het aantal BHV’ers. Ze moeten alleen zodanig in aantal zijn dat ze hun taken naar behoren kunnen vervullen (artikel 15 Arbowet). De grootte van het bedrijf en de specifieke risico’s bepalen het benodigde aantal BHV’ers. Deze verschillen per bedrijf. Ook hier krijgt de werkgever dus alle vrijheid om de bedrijfshulpverlening op maat van de organisatie te snijden. De RIE vormt de basis voor het benodigde aantal. Daarnaast moet de werkgever rekening houden met vakanties, wisselende diensten, openingstijden, parttimers en dergelijke, zodat er altijd voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig zijn. Vooral in kleine bedrijven zal de werkgever zelf ook als bedrijfshulpverlener optreden.
Nieuwe NEN-norm
Oud
De oude Arbowetgeving en dan vooral het Arbobesluit, stelde eisen aan de bedrijfshulpverlening.
Vervallen
De bepalingen over BHV in het Arbobesluit.
Nieuw
NEN 4000: 2006 (NEN-norm 'Bedrijfshulpverlening')
Toelichting
Nu de werkgever het zonder de beleidsregels moet doen uit het Arbobesluit, is hij teruggeworpen op de RIE voor de organisatie van de bedrijfshulpverlening. De stap van de inventarisatie van risico’s naar een plan voor noodhulp moet de werkgever zelf maken. De nieuwe norm voor bedrijfshulpverlening kan de werkgever hierbij helpen. Dit is een instrument om de bedrijfshulpverlening in te richten en zo voorbereid te zijn op noodsituaties. Aan de hand van de RIE en de in de norm beschreven maatgevende factoren volgt een BHV-plan.
Deskundigheid en ervaring
Oud
In de vorige Arbowet werd in artikel 15 bepaald dat bedrijfshulpverleners over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting moesten beschikken dat zij de taken naar behoren konden vervullen. Opleiding kwam niet aan de orde. In het oude Arbobesluit werd hier wel aandacht aan besteed. BHV’ers moesten zodanig zijn opgeleid dat de bedrijfshulpverlening was gewaarborgd. Daarnaast bevatte het Arbobesluit een bepaling over oefeningen en herhalingscursussen. Deze moesten zodanig van inhoud zijn en zo vaak georganiseerd worden, dat de kennis en vaardigheden van de BHV’ers op het voor een adequate bedrijfshulpverlening vereiste niveau gehandhaafd bleef.
Vervallen
De ervaringseis in de Arbowet is geschrapt. De bepalingen in het Arbobesluit over deskundigheid, oefening en opleiding zijn vervallen.
Nieuw
De tekst in de Arbowet is gewijzigd. Artikel 15 is aangevuld met een opleidingseis. De tekst luidt nu als volgt: ‘De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij hun taken naar behoren kunnen vervullen.’
Toelichting
De ervaringseis in artikel 15 van de Arbowet is geschrapt, omdat het volgens de wetgever vanzelfsprekend is dat het opleidingsniveau op peil moet worden gehouden. De wet is nu zo geformuleerd dat de werkgever de vrijheid heeft om de bedrijfshulpverlening in zijn organisatie meer op maat te snijden. De RIE is daarbij het uitgangspunt.
Om in noodsituaties hun taken steeds adequaat te kunnen uitvoeren, zal het wel nodig zijn het opleidingsniveau van de bedrijfshulpverleners op een constant niveau te houden. Afhankelijk van de bedrijfsactiviteiten en de aanwezige risico’s, zullen de BHV’ers regelmatig na- of bijscholing moeten volgen. De vaardigheden kunnen op peil worden gehouden door het regelmatig organiseren van oefeningen in het bedrijf.
Ik hoop dat je hiermee een stuk op weg bent geholpen.
groet,
Louis